Het is ongelooflijk dat we op dit moment in de Haarlemmermeerse bosplas niet geconfronteerd worden stinkende blauwgroene drijflagen van blauwalgen.
Er zit wel wat blauwalg in, maar dat zweeft nog lekker rond.
Het is een hete zomer en heel veel plassen en meren hebben daaronder te lijden.
Er is overigens wel een negatief zwemadvies voor het Zuidstrand, maar dat heeft betrekking op te hoge gemeten concentraties E-Coli en Intestinale Enterococcen.
Bij aankomst op de parkeerplaats zie ik bij het kleine strandje aan de Paviljoenkant Nijlganzen. Niet twee, maar totaal 43! Een jong meerkoetje navigeert nerveus tussen de nijlganzen op zoek papa en mama.
Laat het ik zo zeggen, ik ben geen fan van die Nijlganzen.
Intussen wacht ik op Robert met wie ik een afspraak heb om op zoek te gaan naar alles wat leeft en met name langs de rietkraag.
De buitentemperatuur is nu weer erg comfortabel met een graadje of 20 á 21 Celsius.
Toch duiken we beiden in droogpak ondanks dat de watertemperatuur ruim 23 Celsius is. De Lucht-Meng-Installatie (LMI) zorgt ervoor dat het zo warm is tot een meter of 18 diep. Net daar onder wordt een een graadje of twee kouder. Vandaag gaan we echter niet zo diep.
Het water is wat geelbruin en dat is niet zo vreemd als je weet wat een planktontrekje oplevert, maar daarover later meer.
Het zicht onderwater is verre van ideaal, maar best oké. Robert zwemt achter mij aan. De donkere waas van het zeilbootwrak is pas zichtbaar als we er een meter of twee vanaf zijn. Terwijl ik even rondkijk, blijft Robert even op het wrak hangen. Daarna steken we op een meter of 9 diepte door richting het Oosten en komen weer ondiep uit. Heel veel kleine visjes schieten weg, maar komen ook snel weer terug als je even blijft wachten. Een levende zwanenmossel is wel bijzonder en ook mooi om te zien, want meestal zie je alleen lege schalen op de oevers. Deze tweekleppigen moeten we koesteren, want deze exemplaren zijn pas echt goede waterfilters!
Darmwier komt op verschillende plekken voor. Een paar weken terug dreef een deel nog aan het oppervlak, terwijl het ook al op de bodem lag in twee vormen. De lange holle op darmen lijkende slierten, maar ook als een soort korte slablaadjes.
Nu ligt een deel al op de bodem te verteren, waardoor er op sommige plekken donkergrijze plekken ontstaan met een witte bacteriegroei.
Mijn oog valt op een takje dat beweegt! Nou ja zeg, een kokerjuffer en ik laat deze aan Robert zien. Met zijn camera probeert ie het beestje vast te leggen. Ik spot er nog eentje en ga zelf aan de gang mijn mijn simpele Canon G15 cameraatje.
We nemen lekker de tijd om dit soort tafereeltjes vast te leggen.
Maar dan komt er nog iets bijzonders in het oog. Zie ik nu een aasgarnaaltje?
Nee, het is een heel klein visje, maar dan ook echt heel klein. Het is in mijn beleving iets groter dan een aasgarnaal. Ik heb geen idee wat het is. Ik probeer zo goed en kwaad als het kan het beestje op de foto te zetten. Het heeft zover ik kan zien twee rugvinnen, die ik omlijnd heb. De enige die een gedeelde rugvin heeft naast een Grondelsoort is een Snoekbaars, dus zou dit een jong snoekje kunnen zijn?

Na deze foto ga ik in glijvlucht de onderwaterheuvel af. Ik hoef niks te doen en dat voelt zo gaaf! Robert volgt alleen niet, omdat ie nog wat interessants zag. Zo peuteren we nog wat voort. Dan toch maar even de diepte in waar ook visjes zitten en het is behoorlijk donker op 11 meter. Na 100 minuten stappen we tevreden het water uit. Toch wel handig zo’n “stage cilinder” van 11,1 liter (80 Cuf). Ik heb nog 40 bar over en heb mijn dubbel 8,5 niet aangeraakt. Dat zou met een dubbel 8,5 op 100 bar uitkomen en dat is dan weer net te weinig voor een tweede duik. Dan vind ik dat weer toch een beetje zonde om een dubbelset voor de helft te af te vullen terwijl je betaald voor het vullen van een bijna lege set.
Hoe dan ook moet ik mijn nog verder bekwamen om te duiken met een stage, want je hebt wel wat extra’s onder je linker oksel hangen.
Hoe dan ook was het een super ontspannen duik. Dankje Robert!
Wat zit er er dan in het plankton?
In het planktonnet zit een bruine drap en die drap zie je ook in het filmpje hieronder.
Eenmaal in het potje bezinkt dat bruin vrij snel naar de bodem. Het krioelt van het zoöplankton. Roeipootkreeftjes zijn lastig te fotograferen, want die zitten nooit stil.
Er zitten hele fijne bruine draden in zoals in de linker foto en ook wat blauwalg koloniën zoals de spiraalvorm op de rechter foto.
In het korte filmpje zie je hoeveel leven erin zit.

