Ik zei nog tegen Daan, (DPV) scooter meenemen en wat doe ik zelf? Ik vergeet ‘m gewoon.
Daan neemt de DPV wel mee, want die kan onderweg nog wel handig zijn.
Vanaf de boothelling op 170 graden uitgezwommen.
Eerst is het vrij ondiep en we zien veel bentische blauwalgen en Dreissena, Volgens mij ook rivierdonderpadjes, maar daar ben ik niet zeker van. Daarna dalen we vrij snel. We zien veel snoekbaarzen in alle maten. Hier en daar liggen vormloze objecten en een soort railing.
Na een kleine 10 minuten komen Daan en ik uit bij de pijpleiding op 20 meter diepte. Ik neem een sedimentmonster in buisje 11. Het is een soortgelijke pijpleiding zoals je die ook in de Ouderkerkerplas hebt liggen die ook koelwater opzuigt vanuit het diepste punt om gebouwen te koelen. Het is denk ik een meter in doorsnede?
Die in de Ouderkerkerplas pompt het water echter op 2 á 3 meter diepte weer terug. Die in de Nieuwe meer pompt het op 20 meter diepte weer terug in het Oostelijk deel van de plas.
Een snoekbaars die van ons schrok en wegsprinte komt tussen de bodem en de buis vast te zitten. Het is versuft en ik kan het bevrijde. Ik hou het in mijn handen en kan de vangtanden goed zien. Ik laat ‘m weer snel los. De stroming is goed merkbaar. Er wordt dus actief gepompt. Meer Westelijk en dieper bevind de inlaat van het koelsysteem. Het is te gevaarlijk om dieper te gaan wat ons naar die inlaat zou leiden. We horen tot twee maal een hard geluid. Het is alsof mijn monsterbuisjes imploderen, maar die had ik al met water gevuld alvorens we te water gingen.
Het is een trouwens pomp met een zeer hoog debiet, dus daar wil je zo ver mogelijk weg van blijven.
We zwemmen tegen de stroming in de heuvel op die ons heel geleidelijk van 20 naar 17-18 meter diepte leidt. Daar ligt een wit touw die verbonden is aan een fluoriserende koffer met een pvc pijp met waarschijnlijk een sonde erin.
We stijgen verder en komen uiteindelijk op de top van de drempel op 15,5 meter diepte. Daarna gaat het steil naar beneden en zitten snel op 25 meter. Duiktijd zit dan op 30 minuten.
Ik neem een bodemmonster zo goed en kwaad als het kan in buisje 1, waarbij ik alleen kan voelen dat ik op de bodem zit. Vervolgens pak ik Daan vast om op te stijgen, want ik zie nog net aan een flauw lichtje. In Noordelijke richting stijgen we steil langs de wand naar 12 meter en zo door naar 7-8 meter, waar we prachtige gelaagde wand zien met fossiele schelpen in een laag.
Het kost ons nog 20 minuten om weer naar de instap te komen
Het blijkt dat het water van Vattenval dus op 20 meter diepte weer wordt teruggeblazen aan de Oostzijde. Dat verklaart dus het slechte zicht aldaar.
Eenmaal thuis bekijk ik de sedimentmonsters. Wat wel opvalt is dat het buisje 11 van de Westzijde langer troebeler blijft dan buis 1 van de Oostzijde.
In het monsterbuis nr 11 van 20 meter diepte vind ik twee dansmuglarven die witte vlekken op de segmenten hebben. Ze hebben een gladde kop. Ik vraag mij af of deze ooit tot mugdom komen of als larf daar uiteindelijk eindigen.
Er zit nog meer leven in trouwens, want er leven ook Mosselkreeftjes.
Ze zwemmen in een vloeiende beweging in het buisje, waar roeipootkreeftjes en watervlooien stoterig zwemmen.
Bolletjes
Wat mij ook opvalt zijn ronde balletjes van ongeveer 1 mm groot. Als ik die plat druk kan ik een beetje in inhoud zien. Het lijkt het meest op detritus ofwel poep. Ik ken alleen geen organisme wat ronde poep uitscheidt. Het kan natuurlijk rond worden door de beweging in het water of rollen over de bodem. Het heeft echter ook wat weg van blauwalg koloniën, maar dan had ik wel iets van groene cellen verwacht en die zie ik niet.
Dankje voor deze duik Daan!
