We gaan een duik maken om sediment monsters te verzamelen.
Ik laat Daan eerst zien wat de bedoeling is van de duik.
Dat worden monsters van 30, 20 en 15 meter diepte. We duiken beiden met lucht en als de dieptekaart klopt, hebben we minder dan 20 minuten om naar 30 meter diepte te komen en vanaf daar monsters te verzamelen. Ik schat dat we 200 meter moeten afleggen in een rechte lijn. Daar zouden we dan met de DPV in ongeveer 4 minuten moeten kunnen zitten.
We koersen op 150 graden uit aangezien de voorgenomen 170 graden te ver richting de ringvaart is in de Zuidwesthoek. De bodem loopt eerst af en gaat dan weer omhoog over een soort heuvel en dan weer de diepte in. Op zich best een uitdaging om te scooteren in een omgeving waar het zicht niet echt optimaal is. Ik stoot tijdens het scooteren met mijn cilinders nog tegen een luchtslang welke vanaf de bodem een stuk omhoog gaat. Die zat dus net buiten mijn zichtveld. Het is echt turen in die bruine duisternis.
Zoals verwacht zitten we met 4-5 minuten op 25-26 mtr diepte. Het wordt niet dieper dan die 25-26 meter. Zodra we stil hangen om een monster te nemen ontstaat er een dikke stofwolk die langzaam van achteren optrekt.
Ik pak snel een monsterbuisje en neem een foto van het nummer dat op de buis staat en schraap wat sediment van de toplaag. Daan neemt het buisje aan en stopt het in een ander net. Vervolgens neem ik een foto van zijn duikcomputer om de diepte te registreren.
– Monsterbuis 9 van 25,4 meter is uiteindelijk verloren gegaan.
Een krappe minuut verder richting Oost met de DPV nemen we nog een monster van 25,5 mtr. Overal zijn sporen van wolhandkrabben op de bodem.
– Monsterbuis 1 van 25,6 meter is succesvol meegenomen.
We zetten de koers naar de Noordoost om op 20 meter diepte een monster te nemen.
– Monsterbuis 13 van 20 mtr is onderweg vreemd genoeg kapot gegaan. Mogelijk is ie in de propeller van de DPV terecht gekomen.
We scooteren tegen een puinstort van bakstenen aan en gaan over een richel 12,5 mtr richting Noord. Daar komen we op een vlakte van 15 a 16 mtr en nemen daar een monster. De bodem is hier een stuk harder en er waait geen stof op.
– Monsterbuis 11 van 15 mtr diepte is succesvol meegenomen.
We volgen het bodemprofiel langs puinwandjes en verwrongen ijzer. Er zitten wolhandkrabben tussen, baarzen en snoekbaarzen. Dreissena’s (Zebra/driehoeksmosseltjes) zie je hier in clusters op de bodem tot maximaal 12-13 meter diepte. Na een half uurtje keren we om in Westelijke richting langs de wanden. Pas op 5-6 meter komt er wat meer daglicht door. Ik heb geen idee waar we precies zitten, maar uiteindelijk gaan we op 5 meter zitten. als de deco is voltooid kijken we even aan het oppervlak. We zitten circa 100 mtr te ver naar het Oosten. Op het 2-3 meter vlak zitten waterplanten.
Het is wel grappig dat je dan nog een stuk van 30-40 mtr over een vallei moet scooteren alvorens je bij de volgende ondiepte uitkomt. Het lijkt net of je weer van de kant af gaat. Van de 5 buisjes hebben we maar 2 werkbare monsters over. Een buisje heb ik niet gebruikt.
Wat doe ik dan met die modder monsters?
Mijn eerste doel is om erachter te komen of er blauwalgkoloniƫn inzitten en dan kijken we of er nog wat interessants in zit.
Ik schud en wals de buisjes met water en sediment, zodat echt de zware deeltjes onderop komen te liggen. Dan laat ik het weer bezinken. Vervolgens blaas ik met een pipet de toplaag in het buisje omhoog en zuig deze op. Die doe ik dan vervolgens in een petrischaaltje tot de hele oppervlakte van het schaaltje is bedekt. Dan wals ik die nog rond en zoek met de binoculair naar zichtbare blauwalg koloniƫn. Diegene die ik zoek, zitten er niet in. Wel een andere blauwalgsoort, die mooi groen is en beweegt. Dan zuig ik een druppeltje met wat sediment op en plaats deze op een glaasje en plaats er een dekglaasje op.
Die leg ik onder de microscoop en zoek eerst systematisch het hele monsterje af op afwijkende vormen en kleuren.
Een euforisch momentje om iets wat je niet kan zien.
Sediment lijkt op het oog een grijsbruine drap. Er zitten onder andere prachtige kiezelwieren in zoals de Campylodiscus plus een hele mooie soort die ik niet ken, maar ook minucuul kleine algen zoals Scenedesmus soorten die wel op een eikapsel van een rog lijken.
Hoera ik zie een Foraminifera!
Deze eencellige protist is veel te vinden in mariene en brakke watertypes, maar niet in zoetwater. “The white cliffs of Dover” bestaan deels uit foraminifera of forams zoals ze ook wel genoemd worden.
Het zijn fascinerende amoebes in een huisje. Vanuit dat vernuftig gebouwde huisje sturen ze draden alle kanten op om voedsel te vangen. De kans is echter heel groot dat deze exemplaren fossielen zijn.
Dat het een foraminifeer is, is wel zeker aangezien is gebleken dat ik niet de enige ben die er interesse in heeft. Via via kwam ik op een website uit en diegene bleek in zoetwater een nog onbekende levende foraminifeer gevonden te hebben. Zodoende bood ik mijn foto aan, waarvan ik dacht dat het een foram kon zijn. Dat vermoeden werd bevestigd, maar is het nu een fossiele mariene soort of recente zoetwatersoort?
Alles wat je over zoetwateramoebes wil weten vind je op arcella.nl en over de onbekende zoetwaterforams. Het is weer een aparte wereld op zich.
Voor mariene foraminiferen moet je op https://foraminifera.eu kijken.
Ik had ook de vraag uitgezet bij foraminifera.eu
De twee (fossiele) foraminifera die ik heb gevonden, zijn mogelijk van het geslacht “Ammonia”. Het is allemaal nog niet zeker, want dan moet ik het exemplaar zien pakken en opsturen. Zie je het voor je? een dingetje van slechts 0,16 mm groot!
Of ik moet een compleet sedimentmonster opsturen met de hoop dat er eentje in zit. Dat kan altijd nog.
Priegelen
Nu was het water onder het dekglaasje verdampt. Daaronder moest dus nog die foram zitten. Toch ga ik een poging wagen het te pakken.
Met mijn binoculair vond ik ‘m terug. Ik priegel met een naald en verhip! Het blijft aan de naald plakken. Ik kijk met het blote oog naar de naald. Ik zie helemaal niks, maar onder de binoculair zie ik dat ie nog steeds is vastgeplakt aan de naald. Ik heb nog een SD-kaart doosje. Door de binoculair probeer ik het in het doosje te krijgen en dan tik ik per ongeluk met de naald tegen de rand van het doosje. Weg foram. Het was kansloos het terug te vinden.
Conclusie
Zo zie je dat een ogenschijnlijke saaie vlakte heel veel interessante zaken kan bevatten.